TRAGE IMPACT: een pleidooi voor een ander soort ambitie
- Emma

- 16 jan
- 2 minuten om te lezen
Ergens onderweg is groei een automatisme geworden. Niet omdat iemand in een hoge toren plots heeft beslist dat projecten altijd groter moeten worden, maar wel omdat alles eromheen zo is ingericht. Subsidieformulieren vragen steeds stijgende aantallen. Evaluaties vragen vooruitgang. Gesprekken eindigen met de vraag:Ā āEn wat is de volgende stap?ā
Alsof blijven waar je bent geen optie is.
Wat als een project betekenisvol kan zijn zonder te groeien? Wat als impact niet noodzakelijk samenvalt met uitbreiding, opschaling of zichtbaarheid? Trage impactĀ is geen pleidooi tegen ambitie. Het is een pleidooi voor een ander soort ambitie: relationeel, lokaal en tijdgevoelig.
De groeireflex
Wanneer een project goed loopt, verschijnt groei bijna vanzelf op tafel. Meer deelnemers. Meer bereik. Meer partners. Zelden wordt eerst gevraagd of dat wel wenselijk is. Groei voelt logisch omdat ze nauwelijks als keuze wordt benoemd. Ze zit ingebakken in hoe succes herkend, erkend en beloond wordt. Wie niet groeit, moet uitleggen waarom. Wie wel groeit, moet vooral zo bezig blijven.
Wat bedoelen we eigenlijk met impact?
Impact wordt vaak herleid tot wat meetbaar is. Aantallen, outputs, resultaten op korte termijn. Wat buiten die logica valt, verdwijnt uit beeld: vertrouwen, relationele veiligheid, taal die langzaam verschuift. Veel van wat sociaal engagement betekenisvol maakt, werkt indirect. Het toont zich later, op andere plekken, bij mensen die nooit op een deelnemerslijst stonden.
Het misverstand van opschaling
Wat lokaal werkt, werkt zelden los van zijn context. Opschaling veronderstelt herhaalbaarheid, terwijl sociaal georiƫnteerd werk net draait om situering. Best practices worden op die manier al te vaak slechte kopieƫn: ze behouden de vorm, maar verliezen de bedding.
Kathedraaldenken versus KPI-denken
Kathedralen werden gebouwd zonder dat er een einddatum op werd geplakt. Mensen begonnen aan iets waarvan ze wisten dat zij het tijdens hun leven zelf nooit zouden afwerken. Dat betekent niet dat ze geen discipline hadden. Wel dat hun tijdshorizon fundamenteel anders was. Waar KPI-denken snelle bewijzen vraagt, vraagt kathedraaldenken vertrouwen over de tijd heen.
Traagheid als ontwerpprincipe
Traagheid is geen gebrek aan daadkracht, maar een bewuste keuze in vorm. Ritme, herhaling en begrenzing maken zorg mogelijk. Een project dat klein blijft, kan dieper wortelen.
Verantwoorden zonder jezelf te verloochenen
Verantwoorden is nodig. Maar verantwoorden hoeft geen versnellen te zijn. Je kan helder zijn zonder meer te beloven dan je kan dragen. Andere vragen helpen: nietĀ āwat groeit?āĀ maarĀ āwat verdiept?ā.
Klein is geen fase
Klein blijven wordt vaak gezien als tussenstap. Alsof succes pas begint wanneer iets opschaalt. Maar sommige praktijken zijn op hun sterkst wanneer ze begrensd blijven. Misschien hoeft je project dus nergens naartoe. Misschien is blijven net het echte werk.
Ik denk graag samen na over hoe we die trage impact in woorden kunnen gieten. Want hoe klein een verhaal ook is, het is het waard om verteld te worden. Babbelen over woorden met trage impact? Stuur me een berichtje!

Opmerkingen