top of page
Zoeken

TUSSEN GEVEN EN VERANTWOORDEN: over geld, integriteit en blijven spreken in je eigen taal

  • Foto van schrijver: Emma
    Emma
  • 30 jan
  • 3 minuten om te lezen

We spreken vaak over geld alsof het neutraal is. Alsof het enkel een technisch middel is: iets wat je nodig hebt om dingen mogelijk te maken, maar verder geen invloed heeft op wat je doet of wie je wordt. In de praktijk werkt het anders. Geld stuurt taal, verwachtingen en zelfbeeld. Het bepaalt niet alleen wat mogelijk is, maar ook hoe dat mogelijke wordt voorgesteld. Het maakt werk mogelijk, maar vervormt tegelijk de manier waarop dat werk wordt verteld, verantwoord en begrepen. Wie met subsidies werkt, leert dat snel. Projecten worden herschreven in formats. Relaties worden vertaald naar doelgroepen. Zorg wordt samengevat in output.


Hoe kan je met geld werken zonder cynisch te worden? Zonder jezelf langzaam te verliezen in een taal die niet de jouwe is?


De dubbelzinnigheid van geld

Geld opent deuren en sluit gesprekken. Het creëert ruimte en legt tegelijk druk. Het geeft mogelijkheden en introduceert voorwaarden. Zodra financiering in beeld komt, verandert er iets in de dynamiek van een project. Niet noodzakelijk zichtbaar, maar wel voelbaar. Plots wordt nagedacht over haalbaarheid, schaalbaarheid, verantwoording. Plots verschijnt de vraag: hoe gaan we dit uitleggen? Die spanning is geen fout in het systeem. Ze is het systeem. Wie doet alsof geld geen invloed heeft, verliest zicht op wat het subtiel verandert: prioriteiten, tempo, aandacht.


Hoe subsidietaal ons denken binnensluipt

Wie lang genoeg aanvragen schrijft, begint vanzelf in doelgroepen, outputs en resultaten te denken. Niet omdat dat vanzelfsprekend klopt, maar omdat het consequent wordt beloond.

Langzaam verschuift de focus. Wat ooit begon als een relationeel of experimenteel proces, wordt een traject met mijlpalen. Wat ooit zorg was, wordt begeleiding. Wat ooit zoeken was, wordt implementatie. Taal vormt werkelijkheid. Ook de werkelijkheid van wie het werk doet. Wie te lang in subsidietaal denkt, loopt het risico zijn eigen praktijk te beginnen bekijken door de ogen van beoordelaars.


De morele spagaat

Bijna iedereen die met subsidies werkt, kent dit moment: de zin die net iets mooier is dan de realiteit. De belofte die iets stelliger klinkt dan je ze eigenlijk durft te formuleren. Het probleem is zelden liegen. Het probleem is vertalen. Je probeert iets complex, kwetsbaar en onzeker te doen passen in een kader dat helderheid en voorspelbaarheid vraagt.

Toch voelt die vertaling soms als zelfverraad. Alsof je jezelf langzaam wegschrijft.

Die spanning verdwijnt niet. Ze hoort bij het werk. Maar ze vraagt aandacht. Wie haar negeert, wordt cynisch. Wie haar ernstig neemt, blijft betrokken.


Van verantwoorden naar verwoorden

Veel aanvragen zijn opgebouwd als contracten: dit zullen we doen, dit zullen we bereiken, zo zal het eruitzien. Maar sociaal geëngageerd werk laat zich zelden zo vastleggen. Goede aanvragen erkennen dat. Ze maken begrijpelijk wat er op het spel staat, zonder alles dicht te timmeren. Ze verwoorden intentie in plaats van garantie. Ze tonen richting zonder te doen alsof de weg al volledig gekend is. Dat vraagt moed én precisie. Moed om onzekerheid niet te verbergen. Precisie om niet vaag te worden.


Zinnen die werken

Zinnen die werken zijn zinnen die niet overdrijven. Ze beloven geen toekomst die je niet kan dragen. Ze doen zich niet groter voor dan het werk is. Ze klinken vaak eenvoudiger dan verwacht. Minder ambitieus misschien, maar betrouwbaarder. Bijvoorbeeld: niet “dit project zal duurzame maatschappelijke verandering realiseren”, maar “dit project wil ruimte maken voor andere gesprekken en relaties”. Niet omdat het minderwaardig is, maar omdat het eerlijker is.


Wat je niet hoeft te beloven

Niet elk project is innovatief. Niet elk proces is duurzaam. Niet elke werking is opschaalbaar.

Toch lijken die woorden verplicht geworden. Alsof elk initiatief uitzonderlijk moet zijn om bestaansrecht te hebben. Soms is tijdelijk precies wat nodig is. Soms is herhaling waardevoller dan vernieuwing. Soms is klein blijven een bewuste keuze. Integriteit begint waar je grenzen erkent - ook op papier.


Geld als relatie

Subsidies worden vaak behandeld als beloning: je dient iets in, je wordt goedgekeurd, je krijgt middelen. Maar in werkelijkheid zijn het tijdelijke bondgenootschappen. Er ontstaat een relatie, met verwachtingen aan beide kanten. Wie dat erkent, schrijft anders. Evalueert anders. Sluit anders af. Niet als schuldenaar, maar als partner in een tijdelijk engagement.


Geld hoeft je niet harder te maken. Het hoeft je niet cynisch te maken. Het hoeft je niet te vervreemden van je eigen praktijk. Maar het vraagt wel voortdurende waakzaamheid. De bereidheid om regelmatig terug te keren naar de vraag: schrijf ik nog wat ik doe — of schrijf ik wat verwacht wordt? Dat verschil lijkt klein. Maar het bepaalt alles.



Het is zeldzaam, ik weet het, maar ik schrijf al eens graag een subsidiedossier. Het zet aan tot denken over wat je nu doet, wat je in de toekomst wil gaan doen en welke impact je wil creëren. Kan je hulp gebruiken bij jouw dossier? Ik denk heel graag mee.

 
 
 
bottom of page